Mijn laatste bijdrages

vrijdag 22 november 2013

Open badges en de rol van Kennisnet

Om verworven kennis of vaardigheden te erkennen kan in het onderwijs gebruik worden gemaakt van Open Badges. Deze badges kunnen door een school worden uitgereikt als studenten een cursus hebben afgerond of een module hebben afgesloten. Op deze manier geeft jouw verzameling Open Badges weer wat je hebt gedaan binnen die formele leertrajecten. Open badges zijn echter meer: zij kunnen ook een verslag doen van non formele en informele leertrajecten: een gevolgde MOOC, het bijwonen van een lezing of bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. 

De plek waar de badges worden bijgehouden heeft wat weg van een portfolio: de plek waar je bewijzen van de kennis of vaardigheden vastlegt. In tegenstelling tot wat er nu in de praktijk vaak gebeurt is dit portfolio écht van de student. Hij of zij bepaalt zélf wat er in geplaatst wordt en wat dus waarde voor hem of haar vertegenwoordigt. Het is dus ook gewenst om de badges op een centrale plek op te slaan, buiten een schoolsysteem of een ELO. Deze plek wordtdan door de student zelf beheerd, kan ook badges bevatten van instellingen en personen van buiten het onderwijs en gaat dus ook na schooltijd mee. Natuurlijk kan de school zelf een badge-portfolio hebben, maar de student moet de badges altijd naar de centrale opslag kunnen verplaatsen. Op dit moment is de centrale opslag de backpack van Mozilla: http://backpack.openbadges.org/backpack 

Om een open badge te kunnen aanmaken is een daarvoor geschikte omgeving nodig. Moodle heeft dit bijvoorbeeld al geïntegreerd in versie 2.5, WordPress heeft diverse plugins en er is een aantal commerciële partijen opgestaan die hiervoor apps en sites ontwikkeld hebben. Het maken van badges en uitreiken er van is dan echter zo geregeld dat de student die de badge ontvangt ook een account bij deze partij moet aanmaken. Ik vind dit onwenselijk. Daarnaast: wie garandeert dat deze partij volgend jaar nog bestaat? Aanbieders van Badges kunnen ook zelf een systeem gaan bouwen, de codes hiervoor zijn vrij beschikbaar.

Naar mijn idee moet er een centraal en open platform beschikbaar zijn waarmee scholen, bedrijven, instellingen en wellicht ook individuen Open Badges kunnen aanmaken en uitreiken. Deze productie- en uitgifte-omgeving zou via de Kennisnet Federatie toegankelijk moeten zijn. Hiermee wordt de identiteit van de aanbieder gewaarborgd. In de omgeving worden geen badgeafbeeldingen en bewijzen opgeslagen, er wordt ‘slechts’ een beschrijving van een Open Badge gemaakt met verwijzingen naar deze externe bronnen. Hiermee blijft de issuer, de aanbieder verantwoordelijk voor de duurzaamheid van de badge en hoeft Kennisnet niet tot in lengte van dagen dit systeem in de lucht te houden. De badge, incl de metadata kan namelijk in de open Backpack van Mozilla geplaatst worden.
De uitgifte van Badges zou ook in dit systeem moeten kunnen. Hoe dit zou moeten is basis voor een goede discussie!

Waarom een centrale plek bij Kennisnet?
Volgens Kennisnet zelf streeft zij ernaar te inspireren en een blik naar de toekomst te richten door met nieuwe combinaties van onderwijs en ict te experimenteren en deze inzichten te delen. Zij wil de beschikbare middelen in po, vo en mbo bundelen en deze gecoördineerd en gericht inzetten, waardoor de ict-investeringen beter en sneller renderen. Juist Open Badges passen in dit streven naar gezamenlijke en rendabele innovatie. Het gebruik van badges gaat het gehele onderwijs aan, van po tot en met WO. Om op dit moment een badge aan te maken moet elke school en instelling opnieuw het wiel uitvinden en een omgeving opbouwen die min of meer gelijk is aan omgevingen die wellicht al door andere scholen zijn gebouwd. Hierdoor zal deze innovatie, die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de manier waarop wij met beoordelen en waardering omgaan slechts langzaam tot wasdom komen. Juist de potentie van Open Badges: het laten waarderen van kennis en vaardigheden door allerlei partijen (dus niet alleen scholen), maakt dat er een simpele, maar vooral makkelijk toegankelijk tool beschikbaar moet zijn om badges te maken en uit te reiken. Wat zou er mooier zijn dan dat een student beoordelingen en waarderingen krijgt in en over formele, informele en non-formele situaties en dat de beoordelaars daarvoor allemaal dezelfde tool kunnen gebruiken, zelfs al heb je studenten van verschillende scholen te beoordelen!

woensdag 24 april 2013

Proof of concept videolessen in het MBO. En het rendement?


Op de Kennisnet Onderzoeksconferentie 2013, 'De wisselwerking tussen onderzoek en praktijk' heb ik een proof of concept gepubliceerd over het gebruik van videolessen in het MBO. Daarnaast heb ik daar de resultaten van een onderzoek naar het rendement van deze lessen gepitcht.  In het HBO en WO worden weblectures veel gebruikt. Colleges worden integraal opgenomen en beschikbaar gesteld. In het MBO is dit geen optie: studenten vinden de les al saai, terugkijken is nog saaier. DStream, de weblecture-dienst van het Deltion MediaInformatieCentrum – ICT en Leren (MICT ), is daarom anders opgezet dan die van de meeste instituten voor hoger onderwijs. Het Deltion College is in 2011 begonnen met het opnemen van lessen en heeft een speciale MBO-aanpak ontwikkeld voor de inzet van weblecturing. De onderwijscontext is zo verschillend met die van het HBO en WO dat een andere aanpak noodzakelijk bleek.  

Met dit POC laat Deltion zien hoe weblecturing in het MBO gebruikt wordt en kan worden. Op basis van het eigene van het MBO worden acht scenario’s geschetst waarmee weblectures succesvol in het middelbaar beroepsonderwijs ingezet kunnen worden. Speciaal voor deze scenario’s zijn technische aanpassingen gedaan in de weblecturing software van Mediasite. 

In opdracht van Kennisnet heeft de Universiteit van Utrecht een onderzoek gedaan naar het rendement van weblecturing in het MBO voor leerlingen en leraren. Dit onderzoek is op het Deltion College gedaan halverwege het cursusjaar 2012-2013. Het onderzoek is in het POC opgenomen.  

Onderzoeksresultaten
Bij het rendement bij leerlingen gaat het in dit onderzoek om: hun motivatie, de timeon-task (de tijd die leerlingen aan onderwijs besteden) en de leeropbrengst.
Er bleek geen bewijsbare rendementsverbetering te zijn bij de leerlingen.

Om een eventuele rendementsverbetering bij leraren aan te tonen is gekeken naar hun motivatie, de bestede tijd en of de doelen behaald zijn.
Bij de leraren zagen we de motivatie van de betrokkenen juist stijgen. De besteedde tijd was zeer de moeite waard en de van te voren gestelde doelen zijn behaald.

Een paar kanttekeningen:

-          leerlingen vonden videolessen op zich wel goed, maar accepteerden een zomaar daaraan gekoppeld ander onderwijsconcept niet.  Dus ‘don’t shoot the messenger…’.

-          In twee casestudies was de leeropbrengst hoger. Zo is het percentage studenten dat de eerste keer hun toets haalde gestegen van 34% naar 45%. Helaas is niet aan te tonen dat dit specifiek door de invoering van videolessen komt. De veranderde lesmethodiek kan hier ook debet aan zijn.

-          Studenten waarderen videolessen die ‘erbij’ komen meer dan lessen die ‘in plaats van’ te volgen zijn

Conclusie
Bedenk bij het maken van videolessen van te voren heel goed wat je doel is en kies een daarbij horend scenario. Werk bij het maken en het gebruiken altijd vanuit een didactisch perspectief!
Het proof of concept en onderzoeksrapport vind je hier.
De prezi van de pich heb ik hieronder geplaatst.

Tenslotte: de PPTpresentatie over Weblecturing in het MBO, gehouden op 16 mei 2103 bij het NCOSM kun je hier downloaden.
De weblecture vind je hier .