Mijn laatste bijdrages

woensdag 30 maart 2011

Deltion omarmt als eerste ROC Open CourseWare

De inspanningen van AnneMarie Versloot (teamleider MIC) en mijzelf zijn beloond! Wat begon als een geintje tijdens de presentatie van Open CourseWare van de TUDelft op De Onderwijsdagen, mondde uit in het winnen van de RunnerUp Innovatieprijs van ROC Deltion.

De vakjury (waaronder de studentenraad) steunde ons idee waardoor we snel kunnen starten met het daadwerkelijk opengooien van ons aanbod aan content. Daarnaast gaan we lessen opnemen en apart of in de context van complete studieroutes verspreiden.

Hieronder een filmpimpressie van onze presentatie op de Deltiondag van 28 maart 2011. Het wordt een geweldige bende!


Binnenkort meer. Je zult er nog veel van horen!

dinsdag 22 maart 2011

Open Educational Resources in het MBO. Doen!

Het Deltion College in Zwolle kent dit jaar (2011) voor de eerste keer een heuse ideeënwedstrijd, Uitklinker genaamd. Van de 17 voorstellen bleven er vijf over, onder andere die van AnneMarie Versloot en mij. In feite is dit idee een voorstel om te komen tot Open Educational Resources (open leermiddelen) in ons ROC. Begin maart stond ik voor een jury ons idee te verdedigen. Het leek mij wel aardig  te doen alsof het 5 jaar later is en we in 2016 terugkijken naar de effecten van de gewonnen ideeën in 21011. Hieronder de tekst van dit betoog.

De 6e uitklinker alweer. Een blik uit de toekomst.
Welkom vandaag, 15 maart 2016 bij onze presentatie bij alweer de 6e versie van de uitklinker. Mijn mede-indienster, AnneMarie kan er helaas niet bij zijn.


In 2011 hebben we met een ander idee gewonnen: alle Deltionleermiddelen uit het regulier onderwijs gratis voor wie maar wil. We werden vreselijk uitgelachen en het heeft veel stof doen opwaaien, maar nu in 2016 kunnen we stellen dat we veel bereikt hebben!

Om even weer wat feiten op te halen

Door het gratis ter beschikking stellen van onze leermiddelen hebben we ons de afgelopen vijf jaren enorm geprofileerd. We staan met steeds meer opleidingen in de top3 van de MBO-keuzegids en staan bekend als een topcollege in het begeleiden en examineren met gratis te verkrijgen materialen en lessen van prachtige kwaliteit.


De eigenlijke reden dat we in 2011 gestart zijn met het gratis ter beschikking stellen van materialen heeft een ideeële reden: materiaal dat met onderwijsgeld, belastinggeld is gemaakt moest weer ter beschikking komen van de maatschappij. Daarnaast: kennis was ook toen al gratis via internet beschikbaar, waarom zouden onze studenten er dan voor moeten betalen?


Grappig is dat we al snel merkten dat er onvoorziene grote effecten optraden:

1. Iedereen ter wereld (zo’n 30 miljoen mensen spreken of begrijpen Nederlands) kan al voor de aanmelding bij ons complete lessen bekijken via Fiducia. Ze krijgen een indruk van het onderwijs en weten dan ook waar ze aan beginnen. Dat heeft ons flink wat studenten opgeleverd. Daarnaast hebben ook studenten op basis daarvan soms ook juist niet voor een bepaalde opleiding gekozen. Vanaf 2014 merkten we dan ook een spectaculaire daling van het percentage voortijdige schoolverlaters.


2. De kwaliteit van het lesmateriaal dat onze leraren zelf maken is enorm gestegen: je gaat niet zomaar iets voor de wereld publiceren, dat moet wel goed zijn. Dat geldt ook voor de lessen die we opnemen. In de praktijk bleek dit een zelfregulerend proces.


3. Die video’s van instructielessen of hoorcolleges die we in eerste instantie maakten voor de afwezige studenten en diegene die de lessen nog eens wilden nakijken bleken een hit: al snel kregen we een enorme hoeveelheid kijkers van binnen, maar ook van buiten de school.


4. Exposure, zichtbaarheid en transparantie waren het gevolg.


5. De overgang van VO naar MBO verbeterde sterk, niet in de laatste plaats omdat onze 1e jaars studieroutes (we noemen ze Zwolse Leerlijnen) steeds vaker in het laatste jaar van het VO gebruikt worden.


6. De life-long-learners tenslotte weten ons ook te vinden.


Hoe hebben we dit aangepakt?
Met het geld dat we verdienden met het winnen van de Uitklinker hebben we mobiele opnameapparatuur gekocht waarmee we lessen konden gaan opnemen. We hebben het laaghangende fruit geplukt en hebben ons gericht op onderwijs waar Deltion goed in is. We hadden vlak na het schrijven van dit idee al een aanvraag van het toenmalige ICTlyceum gehad (hoog in de MBOkeuzegids) voor het opnemen van de lessen en het starten van afstandsonderwijs. We hebben dit helemaal ingericht en opgezet, waarbij heel duidelijk is gemaakt dat iedereen ter wereld het materiaal mocht gebruiken, maar dat hiermee geen certificering gedaan kon worden. Dat kan alleen als je je inschrijft. Het liep storm... op de site, maar ook met nieuwe studenten. Als snel kwamen ook andere teams met aanvragen: het werd een eer om mee te mogen doen.


De flitslessen die we hier opnamen hebben we via Itunes verspreid en zijn vooral een marketinginstrument geworden (valt ook onder Marketing en Communicatie), de cursussen (of studieroutes zo je wilt) waarmee je alles over het onderwerp kunt leren vallen onder de hoedanigheid van Onderwijs en kunnen via een versie van Fiducia gevonden worden.
Daarnaast hebben we ons als eerste nederlandse MBO aangesloten op de internationale Open Acces beweging. Dit heeft ons netwerk enorm uitgebreid en ons allerlei nieuwe samenwerkingsverbanden gebracht.


Tenslotte
In de toekomst blijft onze school nog steeds nodig. Juist nodig! Onze meerwaarde ligt in het aanbrengen van de context, de begeleiding en de certificering. Daar zijn we sterk in. Met goed en gratis materiaal haal je de juiste studenten in grotere aantallen in je betere onderwijs binnen.

donderdag 17 maart 2011

Van leermiddelkeuze tot webshop

Als je als school de processen rond leermiddelen goed voor elkaar wilt hebben ontkom je er niet aan een en ander centraal te regelen. De kunst is om een groot mogelijke vrijheid voor de lerarenteams te krijgen in combinatie met een strakke regie aan de proceskant.

Onderstaand model beschrijft schematisch zo'n manier van werken met (E-)content binnen een school. Het gaat hierbij over het gehele proces vanaf de keuze van een leermiddel tot en met de uitlevering en het gebruiken van deze elektronische leermiddelen

Aan de basis van dit model liggen drie uitgangspunten:
  1. Het onderwijs bepaalt welke leermiddelen er binnen het primair proces gebruikt worden 
  2. Er moet sprake zijn van een centrale regie op het proces rond het bestellen en uitleveren van persoonsgebonden digitale content 
  3. Er moet sprake zijn van centraal beheer op de faciliterende software voor uitlevering en gebruik van persoonsgebonden E-content

Proces
Een lerarenteam volgt een bepaald proces om te komen tot de keuze voor (digitale) content.
  • Door leden van het team worden leermiddelen aangedragen. Dit kunnen eigen materialen zijn, methodes/ boeken via een uitgever, databases, gratis materiaal via eigen ELO en Wikiwijs, etc
  • Het team maakt de keuze voor de leermiddelen
  • Het team vult de leermiddelenlijst in die als basis voor de webshop /leermiddelenlijst dient.
 Centrale diensten gaan na invulling van de leermiddelenlijsten de volgende stappen nemen:
  • De totalen van de leermiddelenlijsten worden centraal inzichtelijk gemaakt
  • Aan de hand van de totaallijst gaan afdelingen inkoop, MIC, financiën, ... aan het werk om logistieke zaken te regelen. Denk aan onderhandelen inkoopprijs, controle op overlappingen met bestaande contracten, etc
  • Definitieve bestellijst wordt door centrale dienst beschikbaar gesteld via de webshop
Centraal wordt de uitleveromgeving ingericht
  • Materialen van leermiddelenlijsten worden beschikbaar gesteld via de ELO
  • Gekoppelde externe omgevingen worden ingericht en onderhouden
  • Meteen na plaatsing in een opleiding heeft de student toegang tot n@tschool en kan hij/zij via de webshop materialen bestellen
Duidelijke communicatie
Bij alle betrokkenen in de keten moet duidelijk zijn wat de voorwaarden zijn om te komen tot een soepel lopende keten. Dit moet eenduidig naar leraren, studenten, diensten, distributeurs EN uitgevers gecommuniceerd worden.

In deze communicatie wordt meegenomen:
  1. leermiddelenlijst is persoonsgebonden
  2. er wordt besteld vanuit de webshop in de ELO
  3. vanaf plaatsing in een opleiding is er toegang tot de ELO en dus tot de leermiddelenlijst
  4. vanaf het moment dat een student te horen krijgt dat hij/zij naar een volgende fase in de opleiding gaat (bv wisseling van leerjaar) is de bijbehorende leermiddelenlijst beschikbaar.
  5. leermiddelen kunnen indien student gebruik wil maken van door onderhandelingen gereduceerde leermiddelenprijs enkel via de ELO besteld worden bij een bepaalde leverancier
  6. alle transacties met de school mbt leermiddelen verlopen via de webshop
  7. bestellen van digitale leermiddelen is verplicht

Er moet een centraal punt leermiddelenlijst in de school aanwezig zijn.

woensdag 2 maart 2011

Welke informatie geven de scholen door aan de uitgevers? Het verhaal van de attributen.

In een aantal blogs heb ik het al eerder gehad over de inrichting van de ‘ideale’ content-distributieketen voor digitaal lesmateriaal. In zo’n situatie is er een belangrijke rol voor een onafhankelijke partij die de identiteiten van de gebruikers (lees: studenten en leraren) beheerst. Deze partij (in ons geval de Kennisnetfederatie Entree) checkt of de student die lesmateriaal bij een uitgever wil inzien inderdaad diegene is die hij zegt te zijn en geeft de resultaten hiervan aan de uitgever door. De uitgever beslist dan op basis van deze info of hij de student toegang verleent tot zijn materiaal.
De school die de gegevens rond de identiteit levert is in dit geval een IdentityProvider (idP) en de content leverende uitgever een Serviceprovider (SP).

Technisch loopt dit allemaal als een zonnetje. Als iedereen zich maar aansluit bij de federatie is toegang verlenen relatief simpel en zijn we in veel gevallen af van toegangscodes en meer van die ellende.

Klik op de afbeelding om de standaard te downloaden
Privacy!
Het wordt lastiger als we gaan kijken welke informatie we nu via de federatie naar de uitgevers gaan sturen. Standaard stuurt Kennisnet al wel wat studenteninfo mee naar de serviceprovider: om te checken of de student wel is wie hij zegt te zijn moet de gebruikersnaam toch echt wel bekend zijn alsmede de school waar deze student vandaan komt. Deze gegevens worden in de vorm van ‘attributen’ meegestuurd en komen bij de uitgever terecht.
In N@tschool kan heel simpel aangeklikt worden welke attributen er meegestuurd moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan de nawgegevens, het mailadres of de geboortedatum van de student. Sommige uitgevers vinden het prettig deze info te krijgen, zoals u begrijpt.

Gelukkig is er een wet die dit doorsluizen van persoonsgebonden gegevens regelt en vooral in de meeste situaties verbiedt. Kennisnet anticipeert daarop en zal alle aangeleverde attributen van studenten leraren filteren en ze normaal gesproken niet doorgeven aan de uitgever.
En als ik dat school toch wil? Dan moet de school Kennisnet per serviceprovider voor de gevraagde attributen vrijwaren, een handtekening zetten en zelf een en ander juridisch regelen met de eigen studenten- en lerarengroep.

Wat zou je door willen geven?
In welke gevallen wil een school bepaalde extra attributen doorgeven? Denk in dit geval bv aan de koppeling die een aantal ROC’s hebben met Deviant, leverancier van digitaal taal- en rekenmateriaal. Deviant heeft er (helaas) voor gekozen een eigen leerlingvolgsysteem te bouwen. Een school wil natuurlijk dat zo’n extern systeem er wat betreft organisatie hetzelfde uitziet als het interne systeem en herkenbaar is voor student en leraar. Groepen en gebruikersnamen moeten zo dus hetzelfde heten als op school het geval is. Door een rechtstreekse koppeling van de ELO N@tschool aan het Deviantsysteem ziet de externe database er inderdaad exact hetzelfde uit als de schoolorganisatie.
De attributen komen in beeld als een student die naar de site van Deviant gaat aan de hand van de meegeleverde attributen in de goede groep geplaatst wordt en onder zijn eigen studentennaam weer terug te vinden is in het Deviantsysteem.

Een ander voorbeeld is als de school een ‘schoollicentie’ afsluit voor bepaalde lesmaterialen. Studenten van het cluster gezondheidszorg mogen tegen een bepaalde (onderhandelde) prijs gebruik maken van materiaal Y. Door het attribuut mee te geven waarin het cluster staat garandeer je de uitgever dat alleen studenten van dit cluster toegang verleend wordt tot het materiaal.

Standaard
De afgelopen weken heeft een aantal leden uit de werkgroep distributie contentketen zich beziggehouden met deze attributenlijst. Mensen van ROC6, Kennisnet Entree, Threeships, saMBOict en de uitgevers (waaronder Deviant) hebben een generieke lijst met attributen opgesteld die de komende jaren als standaard geldt voor de attributenset die meegegeven kan worden van Identityprovider > Entree > Serviceprovider. Deze standaard is essentieel om te kunnen komen tot een uniforme koppeling tussen idP en SP.

Download hier de standaard

Moet je atributen meegeven?
Er bestaat nu enkel een mogelijkheid dat te doen. Behalve een klein aantal verplichte attributen hoef je verder niets mee te geven. Dat is de keus van de school.
Daarnaast zal jouw eigen ELOleverancier deze attributen moeten opnemen in haar systeem. Threeships zal dit met n@tschool in ieder geval gaan doen.

Kennisnet heeft aangegeven een selfserviceportaal te gaan bouwen om de doorgifte van attributen als school zelf te kunnen gaan regelen. Op een eigen pagina kun je per serviceprovider aanvinken welke attributen er meegestuurd moeten worden en kun je Kennisnet vrijwaren.

En verder...
Binnenkort zal ik ingaan op de jurische aspecten van dit gebeuren en een voorbeeld geven hoe je als school een en ander moet organiseren om de contentketen binnen je eigen instelling te optimaliseren.